Nou, Uruguay....breek me de bek niet open! Afgelopen maandag hebben we vanaf Buenos Aires de boot naar Uruguay genomen, en ik moet je zeggen dat ik me nog nooit zo ´kwijt´heb gevoeld.
Het begon al met de stempels op mijn paspoort. Salida Argentina: 25 juni. Entrada Uruguay: 26 juni. Dus ik besefte me, dat er een moment was dat ik even offcieel nergens was, in een soort van ´Parallel Universe´.
Vanuit Montevideo (werkelijk, alle limericks over een kerel uit Montevideo ontchoten me toen ik daar was, zal je net zien, ben je d´r eens een keertje...) namen we de bus naar Cabo Polonio. Tip uit de Lonely Adriana.
Op een gegeven moment was het dan zover, de buschauffeur kwam richting ons gelopen, en zei: ¨Cabo Polonio, chicas, bajen!¨.
Nou, vooruit dan maar.
Wij uitstappen, de bus reed weg.
En echt, volgens mij ben ik nog nooit zo ontzettend in the middle of nowhere geweest.
Het complete niets.
Op een ouwe lul geleund tegen een jeep, en een aftandse plee na dan.
Ik keek Elske aan, en zij mij, en we begonnen keihard te gieren. Het is natuurlijk ook hilarisch als je op een ander continent zit, zonder te weten waar, met een vaag adres, en zonder telefoon die het doet!
Dus wij naar die ouwe tegen de jeep aanleunende lul, en die vertelde ons dat ons adres nog minstens 8 km was, en dat we beter nog een stukkie in de bus hadden kunnen blijven zitten. (zei hij schaterlachend)
Afin, na een paar uur lopen, en een heel filmisch ritje achter in de laadbak van een terreinwagen door een heel clichematig Zuid-Amerikaans landschap, kwamen we aan in het hostel.
Facundo, de eigenaar, is alleraardigst. Hij kookt voor ons, bakt ´s ochtends brood voor ons, maakt de houtkachel aan voor ons, geeft ons zijn zelfgemaakte dulce de tomate en dulce de weet ik veel wat voor vrucht van de palmeras, ohja...en ook nog likeur van die vrucht van de palmeras. Hartstikke leuk.
Hij práát alleen zo veel. Dit en dat en dat hij vegetarisch is en over helende planten en op een gegeven moment zei hij zelfs dat AIDS niet bestaat, maar gewoon tussen de oren zit.
En toen dacht ik: volgens mij moet ik gewoon lief lachen en mijn bek dichthouden.
Maar los van dat heb ik hier al 4 bijna-doodga van gelukmomentjes gehad!
Nummer 1: Die gek heeft gewoon ananassen in zijn tuin groeien! Gewoon, pontificaal, ananassen!
Nummer 2: ¨Elske!! Kom!! Pinguin!!¨ Die pinguin liet zich hartstikke gezellig bekijken, en op een gegeven moment zei hij: ¨Ik ga maar weer eens¨, en toen hupste hij naar zee en zwom hij weg...
Nummer 3: ¨Elske!! Dolfijn!!¨ Het bleken er wel drie te zijn, en als twee kleine kinderen zijn Elske en ik met ze meegerend langs de kust...
Nummer 4: De zonsondergang in Cabo Polonio, Els en ik in de hangmat, wijntje... en kijken naar de zee, die werkelijk afgeladen was met zeehonden.
Ik heb ook een bijna-doodga van pijn moment gehad, ik ben namelijk nogal hard van een rots geketst. Op mijn knie, oioioioiii.... Daarna moesten we nog 2 uur lopen naar het volgende dorp, dus ik natuurlijk, stoertje als ik was, doorbuffelen. Maar ondertussen, een dag later, is hij wel twee keer zo dik als een normale knie en loop ik als een lepra-patient.
Gelukkig voor mijn kneusje van een knie zitten we vanavond weer in de bus... Want Elske en ik gaan naar Brasil! Eerst Porto Alegre, en dan Florianopolis!
To be continued...
|